Geschiedenis

Oprichting Scouts-Genk-Centrum

Scouts-Genk-Centrum is opgericht in 1962. Nu ondertussen dus 50 jaar geleden.
Dit is het verhaal van de oprichting van onze scouts. Met dank aan Erik Lambrechts, Robert Bijnens en Paul Olijf die dit hele project in gang hebben getrokken.

1. Idee van oprichting

Voor 1962 was er enkel Chiro in Genk. Erik Lambrechts en zijn neef Paul Olijf gingen al 9 jaar mee op kamp met de scouts van Brussel. Zo kregen zij het idee om ook een eigen scouts in Genk op te richten. Ze vroegen Robert Bijnens om mee dit plan uit te voeren. De drie jongemannen stootten al meteen op het eerste probleem. In de jaren 60 moest men voor alles toestemming aan de pastoor vragen. Hij bepaalde de wet. Zo kon het zeker niet dat ze een scouts zouden oprichten zonder de goedkeuring van de pastoor, die ondertussen de baas van de Chiro was. Niemand had veel vertrouwen in het feit dat deze aanvraag goedgekeurd zou worden. Erik, Robert en Paul gingen dus naar deken Swinnen. Tegen alle verwachtingen in gaf de al wat oude man de toestemming.
Ze hebben wel van in het begin één afspraak gemaakt; de groepsleider werd de baas van de scouts en niet de pastoor. Zo is er wel de functie van Aalmoezenier.

Erik, Paul en Robert kenden eigenlijk niet veel van de scouts en zijn cursussen gaan volgen bij de scouts van Hasselt en bij het verbond via Wim Van Lishout. De eerste les die ze volgden, was een inleidende cursus in Hengelhoef van de gouw. Daarna zijn ze in Hasselt (Lotlafski) bij Wim Van Lishout, de districtcommisaris eens een kijkje gaan nemen hoe het er bij hen aan toe ging. Zij werden gezien als de toonaangevende scouts van Limburg. Scouts Termien, Winterslag en Waterschei bestond toen al wel, maar hadden een heel andere kijk op de scouts.

2. Leden verwerven

Met stoere mannen alleen heb je nog geen scoutsgroep. Men moest natuurlijk ook leden hebben. Erik, Robert en Paul begonnen met een eenheidsgroep van Jongverkenners en Verkenners zodat ze snel genoeg nieuwe leiding zouden hebben. Deze leden kregen ze vooral bijeen door reclame te maken in het parochieblad en in de kerk.

Als eerste activiteit zijn ze naar de Fordfabrieken gereden die toen net gebouwd werden met de jeep en met eten om daar reclame en vooral indruk te maken. Door hun stunt aan de fabriek werd er veel over hen gepraat en al snel merkten ze dat er elke activiteit meer volk bij kwam. Na een tijdje waren ze met ongeveer 8 leden en 3 leiding. De leden die zich bij de groep voegden, kwamen vooral uit de middenstand. De Chiro zat op dat moment vooral op Vlakveld en de Scouts werd vaak aangezien als iets “beter” omdat de mensen het niet kende. Ze veronderstelde dat het van ver kwam en dus iets beters was. Het project van de drie jongemannen groeide uit tot de officiële groep van het centrum. Het werd al snel duidelijk dat de scoutsgroep ook Welpen nodig had. Deze haalden ze van scouts Termien. Erik, Robert en Paul spraken af met de reeds bestaande groep dat de welpengroep van Termien werd gesplitst. Een deel ervan ging naar Scouts Genk Centrum en in ruil zorgden zij dat er nieuwe leiding bij hen in opleiding kwam.

Na een jaar bestond de scouts Genk Centrum al uit meer dan honderd man. In 1969 waren ze verdubbeld en gingen ze met 200 stoere mannen op kamp.

3. Locatie

De eerste jongens van de pas opgerichte scouts hielden hun activiteiten in de Kaplanerij op de Hoogstraat. Onder die huizen vergaderden ze in kleine lokaaltjes. Toen zijn ze naar het oude station van Genk getrokken. Het was gelegen op het kruispunt van de Rootenstraat en de huidige Europalaan. Deze lokalen waren al snel te klein doordat de groep snel erg groot werd. Het verbouwen zou teveel geld kosten. Ze besloten zelf barakken te bouwen op het oude voetbalveld van Genk VV. Dit werd helemaal betaald door de leiding zelf. Hun zakgeld moest er aan geloven.

Het lokaal van de voetbalvelden werden te klein en men wou eerst proberen uit te bouwen. Dit was niet mogelijk dus besloot Scouts Genk Centrum te verhuizen. Eerst hadden ze gedacht om langs het kerkhof lokalen te bouwen, maar dit is niet doorgegaan. De chiro heeft later dit idee ingenomen. Toen hebben ze een paar jaar in het oud ziekenhuis gezeten, maar ook dit was te klein voor het grote aantal leden.

Het oog was reeds gevallen op de crypte onder de kerk en men deed een aanvraag bij de deken en de pastoor. Eerst werd er met hen gelachen, maar na 5 of 6 jaar kregen ze dan toch toestemming. De crypte was erg rommelig en de scouts moest eerst alles opruimen. Met volgeladen auto’s gooiden ze alle schilderijen en beelden die daar nog stonden op het stort. Het oudercomité heeft toen erg geholpen en gesponsord. De groep vroeg aan hen om telkens stukjes vezelplaat te kopen (kostten toen 5 euro per stuk) zodat ze hun lokalen konden maken.

De eerste locatie voor de gidsen om activiteiten te houden was in een huis op de Kuilenstraat. Ze verhuizen na een paar jaar richting Molenstraat 101. Maar de gidsen hadden problemen met hun lokalen op de molenstraat en werden ondergebracht in de crypte, waar de mannelijke scouts toen al zat.

In 1978 is er een brand ontstaan in de crypte. Al het materiaal en tenten zijn in vlammen opgegaan. Er worden nieuwe plannen getekend voor de crypte en het verbouwen kan beginnen.
In 1997 krijgen de verkenners een nieuw lokaal. Dit was een stukje van de kerk dat ontgonnen werd en aan de scouts gegeven om te gebruiken.
Verbouwingen crypte!! (met Hanne als hoofdleidster?)

4. Aalmoezeniers

Swinnen (een hele oude man toen. Hij is opgevolgd door nog een Swinnen) en tegen de verwachtingen in mocht het. Ze hebben wel 1 afspraak gemaakt al van in het begin. De baas van de scouts in de groepsleider en niet de pastoor. Er is alleen de functie van de aalmoezenier.
De eerste aalmoezenier was Jef Jozen(?), een missionaris die naar Afrika, Congo was geweest en die had daar Malaria opgelopen. Die was van Vlakveld.

5. Tucht in de scouts

Één van de eerste kampen van Scouts-Genk Centrum was in Baelen. Toen waren ze al met zo’n 200 man. De voornaamste voorwaarde om mee op kamp te mogen was dat men ouder dan 18 jaar moest zijn. De hoofdleiders waren van idee dat kinderen geen kinderen moesten opvoeden. De scouts was op dat moment nog erg militair geïnspireerd. Er heerste tucht op kamp en deed wat er van hem gevraagd werd. Er werden inspecties gedaan naar uniform, gepoetste schoenen en of de sokken niet te hoog werden gedragen. Iedereen liep er rond in perfect uniform.
Ook de tenten moesten perfect op orde zijn. Alles wat niet mooi opgevouwen, opgerold of netjes lag, werd naar buiten gegooid.

Elke leidingsgroep had een Hopman, de hoofdleider van de groep en de overige leiding waren de vaandrigs. De leden werden ingedeeld in patrouilles en elke groep had een patrouilleleider. Deze kreeg de tenten en stokken en zorgden dat alles juist en gestructureerd werd opgezet. Iedere patrouille had ook zijn eigen keuken gesjord en had eigen materiaal om zelf te koken.

Elke dag kwam de Hopman met de hoofdleider van de hele scoutsgroep de patrouille controleren. Ze gingen in formatie staan en de patrouilleleider zette de groet aan. De hopman en hoofdleider groetten terug en deden een inspectie en gaven commando’s. De keuken werd met ‘de witte handschoen’ gecontroleerd. Ze gingen over de onderkant van de ketels, het deel dat op het vuur stond met hun handschoen en deze bleef wit! Men kon als het ware op de onderkant eten.

Er werd ook streng toegezien op het wassen. Elke ochtend moest iedereen de beek in en er werd daar grondig gecontroleerd. Zelfs achter de oren van de welpen werd gekeken. En degene die bezig was aan een kattenwasje kreeg een hele emmer water over zich heen.

Elke avond om 9 uur was er een kampraad waar alles besproken werd over de voorbije dag. Het programma, de fourage en elke tak afzonderlijk kwam aan bod. Zo wist iedereen alles over elkaar. Men gaf daar vaak iemand op zijn kop en er werd harde taal gesproken. Daarna kon er iets gedronken worden, maar iedereen moest de volgende ochtend wel om 7 uur op. Er was zeker geen plaats voor uitvluchten.

Ook voor de jongste leden was de scouts erg hard. Ze deden lange dagtochten en kwamen terug met voeten vol blaren.

Ook tijdens de activiteiten was er veel tucht. Elke zondagnamiddag begon met het groeten van de vlag en een inspectie van het uniform. Was dit niet in orde, moest het lid terug naar huis om het te verbeteren.

6. Inschrijvingsgeld

In de eerste jaren bestond er nog geen inschrijvingsgeld. Alles werd uit eigen zak betaald.

Zo is het eens gebeurd dat ze op kamp in Zwitserland waren. De groep had pas nieuwe tenten gekocht die rechtstreeks op het kamp geleverd waren. Ze stonden nog maar 2 uur op toen het plots begon te hagelen. Zo groot als eieren vielen de ijsbollen uit de lucht. Zelfs de auto van de aalmoezenier was kapot. De hagel maakte allemaal gaten in de tenten en de jongemannen hebben ze allemaal zelf moeten betalen. Ze kostten toen 1200 frank en de jongens verdienden slechts 800frank per maand. Al hun spaargeld stopten ze dus in de scouts.
(foto van dat kamp in Zwitserland)

7. Oprichting van de gidsengroep

De eerste vrouwelijke leidsters voor de welpen (de akela) waren José Maurissen, Dany Degriek en Marie-Thérèse Schrijvers. Alleen bij de leiding werden meisjes ingezet. De leden waren met alleen jongens.

In het begin van de jaren ‘70 zijn de Gidsen pas opgericht onder leiding van Els Dierckx. Zij werd dan ook de eerste hoofdleidster. Hun lokalen en speelterrein bevonden zich op de molenstraat. Erik Lambrechts heeft meegeholpen de zaken daar te regelen. Na een tijd kregen ze problemen met hun lokalen op de molenstraat en ze werden ondergebracht in de crypte, waar de mannelijke groep toen al zat.

8. De eikenschild patrouille: 1967

Scouts Genk-Centrum deed mee aan de prestigieuze eikenschild patrouille wedstrijd. Dit was een wedstrijd voor Vlaamse patrouilles met grote uitstraling.

Eerst en vooral moest je de beste in je eigen district zijn. Deze winnaar werd bepaald tijdens een overlevingsweekend in Diest. Dan kon je meedoen bij de gouw. De patrouilles die daar wonnen, konden nationaal doorstromen. Die wedstrijd op verbondsniveau werd in Parijs gehouden. Met legervliegtuigen ging onze Genkse groep naar daar. In parijs hebben ze niet gewonnen, maar wel 10de van de 25 patrouilles die meededen!